Standaarden, certificaten, en monitoringsystemen in de ICT-sector: op weg naar een duurzame aankooppraktijk?

Fair ICT Flanders en HIVA-KU Leuven publiceren vandaag (22/4/2020) een gebruiksvriendelijke paper rond standaarden, certificaten en monitoringssystemen voor een duurzamere ICT-sector. Het onderzoekswerk werd uitgevoerd door Dr. Boris Verbrugge (HIVA KULeuven). De paper maakt deel uit van een breder onderzoeksrapport omtrent de mogelijkheden qua faire en circulaire ICT. 

Het document is geschreven voor inkopers en andere professionals die aan de slag willen gaan met duurzame ICT binnen hun organisatie. Het biedt handvatten op weg naar een duurzame aankooppraktijk van ICT, gaat dieper in op de voor-en nadelen van certificaten en standaarden, en bespreekt mogelijke alternatieven voor certificaten.

De ICT-sector kampt met heel wat uitdagingen op het vlak van duurzaamheid

Het produceren van ICT-producten zoals smartphones, computers en laptops heeft een erg grote impact op mens en milieu. De ontginning van metalen en mineralen nodig voor deze producten gaat vaak gepaard met mensenrechtenschendingen en ecologische destructie. De assemblage van laptops en smartphones gebeurt in fabrieken waar arbeidsrechten met de voeten getreden worden. De gebruiksduur is zeer kort en het ontwerp van ICT is niet gericht op hergebruik van de onderdelen, waardoor er een gigantische e-waste afvalberg ontstaat. Daarnaast is bijna vier procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen afkomstig van de ICT-sector.

De laatste jaren zien we een toenemend aantal initiatieven die aan de slag gaan met deze uitdagingen

Vele initiatieven vertrekken vanuit de koopkracht van aankopers van ICT. Grote consumenten van ICT producten kunnen via hun aankoopbeleid een belangrijke invloed uitoefenen op ICT bedrijven om hun productieketen op een structurele wijze te verduurzamen.

Standaarden, certificaten en monitoringssystemen worden in verschillende sectoren, omwille van hun gebruiksvriendelijkheid, veel gebruikt. Ze zijn vrij eenvoudig te verwerken in aankoopdossiers. Toch lijken labels minder gevraagd te worden bij de aankoop van ICT hardware. 

Is er dan geen aanbod van certificaten voor ICT?

Momenteel bestaan er vier certificatiemechanismen die specifiek relevant zijn voor ICT-producten: TCO Certified, Energy Star, EPEAT en in mindere mate ook Blauer Engel (voor printers en multifunctionals). Elk hebben ze hun voor- en nadelen. TCO Certified scoort algemeen het best en heeft voldoende marktbeschikbaarheid op dit moment.  Naast certificatie op het niveau van producten bestaan er ook standaarden die focussen op organisaties en managementsystemen. Veruit het bekendste voorbeeld zijn de ISO-standaarden. ISO 14001 biedt aankopers bepaalde garanties dat leveranciers beschikken over een degelijk milieumanagement-systeem. Naast deze certificatiemechanismen bestaan er ook duurzaamheidsinitiatieven in de mijnbouw die aandacht hebben voor de initiële fases van grondstoffenontginning en –verwerking (de eerste stappen binnen de ICT toeleveringsketen), zoals Responsible Minerals Assurance Process (RMAP)

Zijn ze betrouwbaar en bruikbaar?

Voorstanders van duurzaamheidscertificatie beklemtonen dat ze consumenten en aankopers in staat stellen om bewuster te kiezen voor duurzame producten en producenten aanzetten om zulke producten te ontwikkelen. TCO Certified, EPEAT en Blaue Engel hebben alvast uitgebreide eisen, die betrekking hebben op milieu (bv. energieverbruik, recyclageopties, levensduurte ...), maar hoewel ze ook sociale criteria meenemen, zijn die beperkt (bij Blaue Engel en Energy Star zelfs onbestaande). 

Dit lijkt de zwakke plek te zijn van bovenvermelde certificaten. Onderzoek toont dat de impact van certificatie op het terrein niet eenduidig is: certificatiesystemen hebben te kampen met belangrijke limitaties en dan met name op het vlak van verificatie.  Verificatie door een derde partij is in bijna alle gevallen te verkiezen boven andere vormen van certificatie. In de meeste gevallen gebeurt zulke verificatie via een systeem van externe audits, die uitgevoerd worden door gespecialiseerde firma’s. Maar zelfs verificatie door een derde partij, kan vaak geen garanties bieden, omdat auditsystemen zelden een realistisch beeld van de situatie op het terrein geven. Vele certificatiemechanismen slagen er ook niet in om de complexiteit van globale waardeketens te vatten, omdat ze slechts naar één of naar enkele fases in de levenscyclus van een product kijken, of omdat ze enkel focussen op directe (tier-1) toeleveranciers. Ook de standaarden zoals ISO 14001 zijn, ondanks hun betrouwbaar imago, niet immuun voor de uitdagingen op vlak van verificatie.

De roep om alternatieve systemen klinkt steeds luider. Voor publieke aankopers lijkt Electronics Watch, althans voor het sociale luik van duurzaamheid, een meerwaarde te kunnen bieden. Electronics Watch heeft een aantal duidelijke voordelen ten opzichte van andere systemen. De grootste sterkte zit in het systeem van worker-driven monitoring, dat mogelijk een antwoord kan bieden op de toenemende kritiek ten aanzien van auditsystemen. Dit systeem stelt tevens risico’s voor arbeiders –eerder dan risico’s voor bedrijven– centraal. Men slaagt erin om een realistischer beeld scheppen van de situatie op het terrein en als dusdanig de problemen te identificeren die er echt toe doen voor gewone arbeiders.

Hoewel certificatiemechanismen dus wel degelijk een plaats verdienen in een duurzaam aankoopbeleid, bieden ze geen sluitend antwoord op de veelheid aan uitdagingen in de ICT-productieketen. Bepaalde garanties bieden omtrent de milieu-impact van ICT-producten is mogelijk en relatief gemakkelijk te verwerken in aankoopdossiers. De sociale dimensies van duurzaamheid lijken via deze mechanismen echter veel moeilijker aan te pakken. Eerder dan op zoek te gaan naar een ‘quick fix’, is het hier belangrijk dat aankopers nadenken over waarom ze al dan niet beslissen om met bepaalde initiatieven aan de slag te gaan. Idealiter past zo een kritische reflectie binnen een breder beleid van ‘gepaste zorgvuldigheid’ (Due Diligence).

Meer weten? 

Fair ICT Flanders en HIVA-KU Leuven publiceren vandaag een gebruiksvriendelijke paper rond standaarden, certificaten en monitoringssystemen voor een duurzamere ICT-sector. Het onderzoekswerk werd uitgevoerd door Dr. Boris Verbrugge (HIVA KU Leuven). Het document is geschreven voor aankopers en andere professionals die aan de slag willen gaan met duurzame ICT binnen hun organisatie. Het biedt handvatten op weg naar een duurzame aankooppraktijk van ICT, gaat dieper in op de voor-en nadelen van certificaten en standaarden en bespreekt mogelijke alternatieven voor certificaten.
De paper is gratis te downloaden op: https://fairictflanders.be/toolbox/   

OVO en FAIR ICT Flanders
Als partner in dit project wil OVO haar partners en de Belgische bedrijven in het algemeen oproepen om meer in te zetten op een meer verantwoord, meer duurzaam ICT aankoopbeleid. In dit nieuwe project willen CATAPA, Ondernemers voor Ondernemers en BBL inspelen op de niche van circulaire en Faire ICT. Het samenwerkingsverband wil de hele toevoerketen aanpakken: Van producent van deze metalen tot consument, of van de impact van metaalontginning in het Zuiden, productie in lage-loonfabrieken in het Zuiden tot de aankoper van deze elektronica. Dit met een sterke focus op verminderen van materiaalgebruik door in te zetten op hergebruik. Voor meer info contacteer vrijblijvend: bjorn@ovo.be
 
Foto: Alexander Debiève