Co-valent ondersteunt kwetsbare groepen in 3 landen. 

Al sinds 2012 kan OVO rekenen op de steun van Co-valent. Het vormingsfonds van de sector chemie, kunststoffen en life sciences ondersteunde de laatste jaren drie uiteenlopende projecten.


Jaren geleden besliste Co-valent om een deel van de loonmassa van de sector in te zetten voor een duurzame samenleving. Ook internationaal, met de focus op een betere levenskwaliteit in kwetsbare omgevingen. Via OVO steunde Co-valent in 2020 zo drie ngo-projecten.

1. Duurzaam waterbeheer in twee rivierbekkens in Oeganda via de ngo Join For Water

Met het Victoriameer, Albertmeer, Edwardmeer en het stuwmeer van Kyoga telt Oeganda vier reusachtige meren. Bovendien heeft het land een groot potentieel door de aanwezige natuurlijke rijkdommen. Maar door de chronische politieke inefficiëntie behoort Oeganda nog steeds bij de armste landen ter wereld. Door gebrekkig beheer en de klimaatopwarming wordt het land ook geconfronteerd met een problematische watervoorraden.
 

Integraal waterbeheer dringt zich op

De gevolgen op lange termijn zijn niet te overzien: voedselonzekerheid, bodemerosie, landdegradatie, overstromingen, schade aan infrastructuur enz. Een beleid gebaseerd op de principes van integraal waterbeheer (IWB) is broodnodig. De ngo Join For Water ontwikkelt sinds 2017 zo’n beleid waarbij IWB in de praktijk wordt gebracht in twee rivierbekkens: Mpanga en Upper Lake Albert.
 

De resultaten

In 2020 boekte Join For Water volgende mooie resultaten:
  • Bijna 14.187 mensen hebben verbeterde toegang tot drinkwater door innovatieve interventies.
  • Bijna 2466 mensen en kinderen hebben toegang tot duurzame sanitair bij hen thuis of bij hun leer- of werkomgeving.
  • 23.500 bomen werden gepland als bescherming tegen erosie van de rivierbekken. Dankzij een betere planning, meer samenwerking tussen de betrokkenen en de versterking van hun capaciteiten is het lokaal waterbeheer sterk verbeterd.
  • De lokale bevolking die rond de ‘hotspots’ van kleine stroomgebiedjes leeft, past de plannen voor duurzaam land- en watergebruik effectief toe. Minstens 44% zijn vrouwen.


Vooruitblik

In het Mpanga-bekken is al veel werk verzet. Het komt er nu vooral op aan om in 2021 de lopende activiteiten duurzaam te maken en op te volgen. Een striktere planning en meer samenwerking tussen alle betrokken partijen moet zorgen voor een beter beheer van de watervoorraden. Landbouw krijgt als belangrijke economische activiteit meer aandacht. Ook voor de scholen is een geïntegreerde aanpak voorzien: daar komen ecologische latrines met handwastafel, een moestuin, en werkt Join For Water aan afvalbeheer.

2. Kwaliteitsvolle technische- en beroepsopleidingen in Tanzania van de ngo VIA Don Bosco

Tanzania heeft een zeer jeugdige bevolking: bijna 65% is onder de 25 jaar. Momenteel telt het land slechts 1 school met een lerarenopleiding voor leerkrachten in het technisch- en beroepsonderwijs. Met amper 220 afgestudeerde leerkrachten per jaar voorziet deze school in 2,2% van de 10.000 leraren die nodig zijn in het land, met een gebrek aan kwaliteitsvol beroepsonderwijs tot gevolg.

Daar brengt de ngo VIA Don Bosco sinds 2017 verandering in door de meest kansarme jongeren tussen 15 en 28 jaar beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt. De organisatie doet dit door de kwaliteit van het onderwijs in de centra voor beroepsopleiding, het beheer van de centra én de begeleiding van de leerlingen richting de arbeidsmarkt te verbeteren. Bovendien wordt er een nieuwe Teacher's Training College (TTC) opgericht als antwoord op de vraag naar gekwalificeerde leerkrachten voor beroepsonderwijs in het land.
 

De resultaten

  • Tussen 2017 - 2020 hebben 5926 leerlingen, waarvan 2437 meisjes (41%), een beroepsopleiding kunnen volgen in een van de twee opleidingscentra.
  • 2740 leerlingen zijn sinds 2017 afgestudeerd en hebben met succes hun diploma behaald.
  • Vandaag vinden 36% van de leerlingen werk 6 maanden nadat zij afgestudeerd zijn – tegenover 46% in 2019. Daar zitten de coronacrisis en de presidentsverkiezingen voor een groot deel tussen. Veel bedrijven moesten noodgedwongen sluiten of stelden aanwervingen uit.

Het doel is om dit percentage tot 55% te brengen in 2021.

VIA Don Bosco steekt ook veel energie in de begeleiding van de jongeren naar de arbeidsmarkt. De werkloosheidsgraad in Tanzania bedraagt ongeveer 10% en treft ook jongeren. Een van de redenen hiervoor is de mismatch die er bestaat tussen aanbod en vraag wat betreft technische vaardigheden. De Don Bosco beroepsscholen in Tanzania werken nauw samen met het bedrijfsleven en de overheid om te kunnen inspelen op die opportuniteiten. Zo stemmen de scholen het aanbod af op de vraag en creëren op die manier werkzekerheid voor hun leerlingen.

Een concreet voorbeeld is de oprichting van een opleiding onderhoud van hardware, waar er momenteel een tekort is professionals. Via een field attachment assessment houden de opleidingscentra de vinger aan de pols wat betreft eisen van de werkgevers. Vorig jaar slaagde 86% van de laatstejaarsleerlingen voor de test van het tewerkstellingsbureau. Het toont dat de leerlingen enthousiast en verantwoordelijk zijn, en klaar voor de arbeidsmarkt en zijn eisen.
 

TTC

In 2019 werd de infrastructuur van het Teacher Trainer College (TTC) volledig afgewerkt. Door de coronacrisis liep de wettelijke registratie en accreditatie door de Tanzaniaanse overheid flinke vertraging op. Vandaag zit dat proces in de laatste fase en kunnen de eerste studenten zich binnenkort inschrijven.

Desondanks vonden er wel al activiteiten plaats. Het TTC biedt namelijk al technische opleidingen en korte, op maat gesneden trainingen aan voor leerkrachten. Zo kunnen zij opleidingen van hoge kwaliteit geven aan studenten. Vorig jaar kregen 64 instructeurs voor beroepsscholen zo’n opleiding.

Bovendien starten binnenkort 20 vrouwelijke jongeren een opleiding Telecommunicatie, Elektronica en Computers. Hun laatste jaar van de pedagogische opleiding volgen ze aan het TTC.
 

Doelstellingen voor 2021

Tegen eind 2021 zou 55% van de leerlingen werk moeten vinden 6 maanden nadat ze afgestudeerd zijn. Daarnaast moet minstens 80% van de afgestudeerde leerlingen zich “empowered” voelen in 2021. Op dit moment schommelt dat getal rond de 78%, ondanks de moeilijkheden met de COVID 19-pandemie. Dit toont dat de leerlingen zich echt gesteund voelen dankzij hun beroepsopleiding.
 

3. Duurzame landbouw in Mali in beheer van de ngo SOS Faim

Door de opeenvolgende politieke, economische en voedselcrisissen en conflicten is de Malinese bevolking één van de meest kwetsbare en armste ter wereld. Voedselzekerheid is een prioriteit in Mali. 75% van de bevolking is actief in de landbouw, maar de opbrengsten liggen bijzonder laag.

Het landbouwpotentieel van Mali is echter kolossaal en zou een grote bijdrage kunnen leveren aan de strijd tegen de honger. Helaas wordt dit potentieel niet ten volle benut, door een gebrek aan technische en organisatorische capaciteiten, maar vooral door een gebrek aan middelen.
 

Verschillende sporen

Met dit project verbetert de ngo SOS Faim sinds 2017 de economische, sociale en landbouwprestaties van familiebedrijven. En dat op verschillende manieren:
  • Verbeterde en duurzame productietechnieken bevorderen, met name het gebruik van biologische meststoffen.
  • De verwerkings- en afzetcapaciteit versterken door de bouw van gebouwen voor opslag en verwerking en de ontwikkeling van digitale instrumenten voor voorraadbeheer en afzet.
  • De toegang tot financiële diensten versterken door de ontwikkeling van mobiele bankdiensten.
  • De capaciteit van de gezinslandbouwers stimuleren door opleidingen te organiseren over landbouwproductie, opslag, verwerking en afzettechnieken, coöperatief beheer, enz.


De resultaten

2019 werd gekenmerkt door een sterke verslechtering van de veiligheidssituatie in Mali. Dat had een behoorlijke impact op de uitvoering van sommige activiteiten. Toch werden er mooie resultaten geboekt.
  • De samenwerking met de producenten van organische meststoffen werd verlengd. 257 lokale landbouwers kregen opleidingssessies in 2019 en konden hun meststofbestellingen plaatsen.
  • Er werd voor 209 ton organische meststoffen gekocht, die voor 80% werd gesubsidieerd. Deze organische meststof werd zowel in de groenteteelt als in de regengewassen gebruikt.
  • 55 vrouwen experimenteerden met het telen van champignons. Tijdens het eerste jaar verkochten ze 50 kg verse paddenstoelen en 2 kg gedroogde paddenstoelen op een biologische markt in Bamako. Er wordt verder gewerkt aan de ontwikkeling van een kweektechniek.
  • Er werden 3 bioklimatische opslaghutten en 1 opslagloods gebouwd, goed voor een opslag van 413 ton landbouwproducten.
  • SOS Faim ondersteunt het Platforme Nationale des producteurs de riz bij hun pleidooi tegen de invoer van rijst wanneer de Malinese landbouwers grote voorraden hebben. Om dat te verwezenlijken, ontwikkelde de ngo een digitaal systeem om informatie te verzamelen bij landbouwfamilies die rijst telen. In 2019 zijn de gegevens van 739 familiebedrijven van rijst verzameld en verwerkt. Die resultaten worden verder aangevuld met andere onderzoeken, zodat men een totaalbeeld krijgt van de op nationaal niveau beschikbare hoeveelheden rijst. Op die manier kan het Platforme Nationale des producteurs de riz een onderbouwd pleidooi houden om de invoer van rijst te beperken.

In 2020 heeft SOS Faim 5310 landbouwers ondersteund, waaronder 3777 vrouwen, bij de stockage van hun graan- en groenteproducten.