Akaboxi, een project rond financiële inclusie, wint de prijs ‘Digitalisering voor Ontwikkeling’. “Het is een initiatief door en voor de lokale bevolking”, roemt de jury de winnaar, die gefinancierd en ondersteund wordt door Ondernemers voor Ondernemers.

Waarom Akaboxi deze prijs verdient? “Omwille van de sterke lokale basis van de ondernemers, die Akaboxi zelf hebben ontwikkeld voor de lokale boeren in Oeganda”, motiveert juryvoorzitter en directeur van de Afrikamuseum Guido Gryseels de keuze. “We geloven ook dat de prijs – 25.000 euro om opleidingen mee te betalen – precies op het juiste moment komt voor hen.”

De Prijs ‘Digital for Development’ (D4D) is een tweejaarlijks initiatief van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) met steun van de Belgische Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD). De prijs bekroont initiatieven die digitalisering inzetten als een hefboom voor ontwikkeling. Akaboxi wint in de categorie voor startups.

Financiële inclusie

Door de coronacrisis kon bezielster Sarah Athuaire zelf niet aanwezig zijn bij de prijsuitreiking. In een video lichtte ze toe hoe haar ouders, beiden leerkrachten, de vrouwen uit haar dorp hielpen met een lening voor plantgoed of het schoolgeld voor de kinderen. Daarop besliste haar vader een spaargroep op te zetten, zodat de mensen – hoofdzakelijk vrouwen - elkaar zouden kunnen helpen. “Deze vrouwen zijn de broodwinners van hun familie”, legt Athuaire het belang uit voor de hele gemeenschap.

Zelf werkte Athuaire meer dan tien jaar als kredietbeheerder bij Centenary Bank, de grootste microkredietverstrekker van Oeganda. Daar ondervond ze dagelijks hoe financiële uitsluiting een rem zet op de ontwikkeling van lokale gemeenschappen. Daarom startte ze Akaboxi samen met Joshua Muleesi, een IT- specialist met software expertise.
Akaboxi digitaliseert de doos – Akaboxi betekent letterlijk ‘spaardoos’ – waarin lokale spaargroepen hun geld en kredietinformatie bijhouden. Op het toestel kunnen alle transactie worden ingegeven. Zo worden alle spaartegoeden en kredieten opgeslagen. Dat vermijdt discussies, maar belangrijker nog: het geeft mensen toegang tot de financiële wereld, omdat het geld naar een bankrekening gaat en mensen een kredietverleden opbouwen.

Coaching

Akaboxi geeft ook coaching. “De wekelijkse samenkomsten van de spaargroepen zijn belangrijk, want ze geven de kans problemen in groep te bespreken. Akaboxi begeleidt hen daarin”, vertelt Frans Verschelden, die als lead screener nauw betrokken was bij de voorbereiding van het kredietdossier bij Ondernemers voor Ondernemers (OVO). Akaboxi kreeg uiteindelijk een lening van 42.000 euro toegezegd in twee schijven, waarvan de eerste gefinancierd is door Close the Gap, een Belgische vzw met als missie de digitale kloof te dichten, en het Acceleration Fund, het investeringsfonds van OVO.

Akaboxi nam daarvoor deel aan Sustech4Africa in de Oegandese hoofdstad Kampala, een selectieprocedure voor duurzame bedrijven en projecten. OVO organiseert die selecties in Oeganda, Rwanda, Senegal en bij de Afrikaanse diaspora in België. Wie tijdens het meerdaagse boostcamp weet te overtuigen, krijgt mogelijks een lening en vooral begeleiding van een team vrijwilligers dat bestaat uit ervaren ondernemers.

“Akaboxi had een sociaal plan, maar geen businessplan”, vertelt Verschelden, die er zelf bij was in Oeganda. “De spaarders betalen Akaboxi een minimale vergoeding voor hun diensten. Dat bedrag is best veel voor de lokale boeren, maar dekt amper 5 procent van de kosten. Daar lag een belangrijke rol voor ons.”

Toen Athuaire net voor de lockdown kort in België verbleef voor een masterprogramma aan de Universiteit Hasselt heeft ze samen met Verschelden veel tijd geïnvesteerd in de uitwerking van een businessmodel. “Veel meer dan hoe we een lening konden geven, hebben we gezocht hoe we van Akaboxi een duurzaam project kunnen maken.”

Businessmodel

Een eerste moeilijke discussie ging over de kosten. “Akaboxi wilde binnen twee jaar 100 spaargroepen bereiken. Daar waren ontzettend veel middelen en mensen voor nodig. We hebben aangeraden een meer realistisch doel van 30 groepen voorop te stellen”, zegt Verschelden.

Daarnaast is er gezocht naar nieuwe inkomsten. “Het project moet break even kunnen draaien zonder giften. Dat was onze voorwaarde om de tweede schijft van de lening toe te kennen.”

Zo legt Akaboxi zich nu toe op microfinanciering. Inkomsten haalt het uit de rentemarge, het verschil tussen de intrest die betaald wordt op de lening van OVO en de intresten die verdiend worden op de microkredieten. Een tweede nieuwe bron van inkomsten zijn handelsactiviteiten. Akaboxi neemt de oogt van de boeren over en brengt die naar de stad om ze daar te verkopen.

“Akaboxi zal nooit grote winsten maken. Dat is ook niet de bedoeling, want dat gaat ten kosten van de boeren”, stelt Verschelden. “Maar met dit model kunnen ze wel break even draaien. Dat is een hele omwenteling, want hiervoor was het project afhankelijk van giften, en dus viel het stil als die niet meer kwamen.”

Ter plaatse

Verschelden ging ook ter plaatse in de regio waar Akaboxi actief is, een moeilijk toegankelijk gebied op de grens met Rwanda en Congo. “Het was een plezier te zien hoe gelukkig de mensen waren dat ze geholpen werden”, klinkt het.
Voor de vrijwilliger bij OVO was het niet altijd evident. “Ik ben bedrijfsrevisor, gewend aan cijfers en uitgewerkte businessmodellen. Voor hen daarentegen is een balans iets relatiefs, iets dat je gerust wel een beetje kan aanpassen. Ze drijven vooral op voluntarisme, puur ondernemerschap eigenlijk.”

Hij moest zich dan ook wat aanpassen aan de manier van denken bij Athuaire en haar collega’s. “Wij streven naar winstmaximalisatie, zij naar de maximalisatie van het geluk van de gemeenschap. Zij hebben de Sustainable Development Goals van de Verengde Naties helemaal niet nodig als leidraad. Die duurzaamheidsprincipes zaten al in het project ingebakken.”

“Ik heb er bijna een maagzweer aan overgehouden, maar ik heb er ontzettend veel uitgeleerd”, besluit Veschelden. “Ik heb nieuwe inzichten gekregen en er vriendschappen aan overgehouden. Het is echt heel dankbaar werk.”

Auteur: Jasper Vekeman
Foto's: Kris Pannecoucke